Adviseur
Martijn ondersteunt ondernemingsraden, bestuurders en HR bij vraagstukken waarin strategie, organisatie en medezeggenschap samenkomen. Hij helpt om scherp te krijgen waar een vraagstuk werkelijk over gaat, welke afwegingen daaronder liggen en waar er ruimte voor invloed is.
Zijn aanpak is analytisch en gestructureerd. Hij brengt snel structuur aan, overziet de verschillende belangen en helpt ondernemingsraden om hun rol bewust en onderbouwd in te vullen. Daarbij heeft hij niet alleen oog voor de inhoud, maar ook voor de verhoudingen en dynamiek waarin besluitvorming plaatsvindt.
“Een ondernemingsraad heeft meer invloed wanneer hij het grotere geheel begrijpt. Wie ziet welke strategische beweging onder een besluit ligt, kan het gesprek voeren op richting in plaats van alleen op details.”
Achtergrond
Martijn studeerde Bedrijfskunde aan de Rijksuniversiteit Groningen en behaalde een master in Strategic Innovation Management. Hij werkte eerder voor een grote internationale organisatie waar hij verantwoordelijk was voor meerdere vestigingen en teams.
Daarnaast vervulde hij de rol van voorzitter van de ondernemingsraad, waarin hij betrokken was bij uiteenlopende advies- en instemmingstrajecten. Deze ervaring geeft hem een diepgaand inzicht in zowel de formele kaders van de Wet op de ondernemingsraden (WOR) als de informele bestuurlijke dynamiek.
Medezeggenschap
“De rol van medezeggenschap wordt alleen maar belangrijker. Organisaties worden steeds vaker aangesproken op hun maatschappelijke verantwoordelijkheid en hun impact op medewerkers, omgeving en samenleving. Bedrijven bestaan niet uitsluitend om winst te maken; zij maken onderdeel uit van een bredere context waarin ook sociale en duurzame belangen een rol spelen.”
Volgens Martijn kan de ondernemingsraad hierin een betekenisvolle rol vervullen. Juist doordat de ondernemingsraad het werknemersbelang vertegenwoordigt én zicht heeft op wat er in de organisatie leeft, kan hij bijdragen aan een evenwichtige en toekomstbestendige koers.
Effectieve medezeggenschap vraagt volgens hem om inhoudelijke scherpte én constructieve samenwerking. “Het spanningsveld tussen bestuur en ondernemingsraad is niet iets wat je moet vermijden, maar iets wat je zorgvuldig moet organiseren. Juist daar ontstaat de kwaliteit van besluitvorming.”