Politiek en medezeggenschap

Ik heb enkele dagen terug met gemengde gevoelens kennis genomen van het feit dat de WOR het mogelijk gaat maken dat er een gesprek komt tussen management en OR over de hoogte van de beloning van bestuurders. Daarvoor wordt artikel 23 van de wet aangepast. OR en bestuurder van bedrijven met meer dan 100 werknemers gaan voortaan 1x per jaar verplicht om de tafel om over de beloning en beloningsverhoudingen met elkaar in gesprek te gaan.

Die gemengde gevoelens komen niet voort uit het thema zelf. Beloningen kunnen een krankzinnige hoogte aannemen en dat daar discussie over gevoerd wordt, vind ik vanzelfsprekend. Het zou raar zijn als de ontwikkeling van de laatste jaren geen enkele discussie zou oproepen.

Opportunistisch en weinig principieel

Ik vind de argumenten die die beloningen zouden rechtvaardigen ook nogal opportunistisch en weinig principieel, terwijl wetenschappelijk onderzoek heeft laten zien dat de relatie tussen de hoogte van de beloning en de bewezen toegevoegde waarde van de persoon of personen die ze krijgen, om het zachtjes te zeggen, lang niet altijd duidelijk is.

Het lijkt er eerder op dat die beloningen vooral zo hoog worden, omdat er betrekkelijk weinig mensen te porren zijn voor een topfunctie. En ook, omdat tegenover de macht die dat oproept, staat dat op het grote geheel gezien, de beloning van de bestuurder(s) niet de grootste kostenpost in de onderneming is. Aandeelhouders, die die beloning bepalen via de raad van commissarissen of rechtstreeks, hebben weinig last van de grote bedragen die worden genoemd.

De volgens velen schandalig hoge beloningen van bestuurders zijn zo vooral een ethisch vraagstuk. Willen we als maatschappij deze mate van ongelijkheid? Voor veel mensen is het antwoord een heel luid en duidelijk “nee!”. Maar, dat is vooral een kwestie van opvatting. Die heb ik ook, maar dat is hier van minder belang.

Een tandeloze drager van de maatschappelijke verontwaardiging

Mijn probleem is dat de wet van de OR een tandeloze drager van de maatschappelijke verontwaardiging maakt.  Het argument om de wet te wijzigen is dat, nu het gesprek over des bestuurders beloning verplicht wordt gesteld, de OR er niet meer om hoeft te vragen en dat dat het leven van de OR gemakkelijker maakt.

Zou het?

In heel veel bedrijven en organisaties is het al een hele kluif om tweemaal per jaar een fatsoenlijke artikel 24-vergadering opgetuigd te krijgen, inclusief de informatie die daarbij hoort. Dat is ook een wijziging van de WOR die door de politiek is aangebracht om de OR beter te wapenen en wel tegen onverwachte besluiten en ontwikkelingen. En dat artikel 24-gesprek gaat over het bedrijf zelf en de ontwikkelingen die er plaatsvinden, de strategie en met name de vertaling ervan. Daar hangt de continuïteit van het bedrijf vanaf en dus ook de werkgelegenheid en dat is per saldo voor de werknemers van groter belang dan het bedrag dat de bestuurder mee naar huis neemt, hoe exorbitant dat bedrag ook mag zijn.

Veel verontwaardigd geschreeuw en maar bitter weinig wol

Het onderzoek van het MNO uit 2012 over de beloningsmaterie liet zien dat in slechts 20% van de ondernemingen over beloningen wordt gesproken door OR en bestuurder en ik denk dat het verplicht stellen van het gesprek over beloningen daaraan niets zal veranderen. Op zijn best krijgen we in sommige gevallen heel veel verontwaardigd geschreeuw en maar bitter weinig wol. Want wat moet je als OR? “Meneer niemand hoort zoveel te verdienen. En u heeft ook nog eens niets substantieels gepresteerd voor al dat geld! Er zijn alleen maar mensen ontslagen.” “Nou daar denken mijn aandeelhouders anders over na onze dividendbetaling”. Pittig hoor.

Verontwaardiging is mooi en politieke verontwaardiging helemaal. Vooral als die oprecht is. Maar dan ook een oprechte vertaling graag naar middelen en mensen. En dan gaat de gedachte toch in eerste instantie uit naar degenen die die hoge beloningen vaststellen en dat zijn aandeelhouders en toezichthouders. Niet de werknemers of hun vertegenwoordigers. Had dan een verplichte dialoog tussen toezichthouders en OR ingevoerd over de argumenten om tot een beloning over te gaan. Dan spreek je als OR in ieder geval met degenen die het besluit hebben genomen.

Deze wetswijziging maakt de OR ongeloofwaardiger dan die was en zet de verhoudingen alleen maar op scherp, zonder dat dat iets toevoegt aan de resultaten die de medezeggenschap kan behalen. De OR had met een betere wet beloond mogen worden dan met, wat per saldo, heel veel gebakken lucht is van een kamer die zichzelf blijkbaar onmachtig vindt. Anders had men de eenzijdige en gemakkelijke weg van de OR als drager van de boodschap niet gekozen.

Heel veel succes met uw verplichte gesprekken.

(deze blog verscheen eerder bij ORnet.nl op 2 februari 2018)

Deel dit bericht op

Geschreven door André van Deijk

Senior adviseur
Creatief, pragmatisch en gedreven drs. André van Deijk is sinds 2005 senior adviseur bij OR Consultancy. André ondersteunt ondernemingsraden overwegend bij het uitoefenen van hun adviesrecht. Vooral bij overnames, fusies, […]

Lees meer